Genre Ranking
Get the APP HOT

Chapter 7 No.7

Ik geloof in de deugd, in de eeuwen, in de rassen,

En ik ga uit voor een arbeid in den eigen geest van het volk,

Hoort dan het lied van onbeperkt geloof.

Omnes! Omnes! Laat anderen onbewust zijn van wat zij niet

kennen,

Ik maak een gedicht ook ter eere van het kwade, ik sla dit

levensdeel niet over,

Ik-zelf ben juist even kwaad als goed en zoo is ook mijn

volk-en ik zeg: in werkelijkheid is er geen kwaad.

(En zoo er kwaad is, dan is dit voor U, voor allen, voor mij

even gewichtig als wat ook in het leven).

Ook ik, velen volgend en door velen gevolgd, breng een

religie tot wijding, ik daal in den arena af,

(Misschien wel bestemd de luidste kreten, den overwinningsroep

te doen hooren,

Wie weet? Dat die kreten dan nu reeds van mij worden gehoord).

Niemand is enkel om zijnentwil,

Ik zeg de geheele aarde en al de sterren in het firmament

zijn daar om religi?ns wil.

Ik zeg: niemand was tot nu half vroom genoeg,

Niemand heeft ooit aangebeden en vereerd half genoeg,

Niemand heeft er nog aan gedacht hoe divijn hij zelf en hoe

zeker de toekomst is.

Ik zeg de ware en blijvende grandeur dezer Staten moet hun

religie zijn,

Zonder religie is er geen ware en blijvende grandeur,

(Noch karakter, noch leven dien naam waardig zonder religie,

Noch land, noch man of vrouw zonder religie).

Previous
            
Next
            
Download Book

COPYRIGHT(©) 2022