Gelaatstrekken van mijn evennaasten, wildet gij mij misleiden
in Uw kronkelenden doodendans?
O, misleiden kunt gij mij niet!
Ik zie Uw bochtigen nimmer afgebroken stoet,
Ik zie beneden het oppervlak van Uw woeste en lage
mommen.
Vertrekt en verdraait Uw gezicht, zooveel gij wilt, tast met
het fijne voel-instituut van visschen o