Gij Oceanen beide, gij en ik, wij dicht bijeen,
Wij murmelen beiden het zelfde droeve lied, en spoelen zand
en slib aan, en weten niet waarom,
Gij, ik en allen hebben in onze ziel, gelijk dit zand de dunne
kerven van het weggespoelde leven.
Gij, broze kust bedekt met wrakhout,
Gij, visch-vormig eiland, ik aanvaard wat nu aan mijn