Boven de berghoogten van kwalen en smarten,
Fladdert, fladdert en zweeft een nooit-gelamde vogel
Hoog in de reine sferen des geluks,
Door de duisterste wolken der onvolkomenheid,
Breekt altijd een glimp van 't reinste licht der zon,
Een straal der hemel-heerlijkheid-zelve.
In de wangeluiden van zeden en gebruiken
In het dolle B