(Ach, weinig bevroedt de arbeider,
Hoe na zijn arbeid hem brengt tot God,
Den liefdevollen arbeider van het Al en het Eeuwig).
Niet enkel om uit het niet op te roepen, noch enkel om te
stichten,
Maar wellicht om aan het verre te ontleenen wat reeds goed
gesticht is,
En om er dan uw eigen karakter aan te geven, bezield en vrij,