De zon en de kringloopende sterren in het firmament,
De appelvormige aarde en wij met ons leven van die aarde,
het is grootsch in zijn eeuwig gedobber,
Ik weet niet wàt het is behalve dat het grootsch is en dat
het geluk is,
En dat de beteekenis van ons leven niet ligt in een bespiegeling
of een bon-mot of eenig onderzoek,
En d