Victorie, Unie, Geloof, twee-een zijn, tijd,
De onverbrekelijke tezaam-gevoegden, schatten, mysterie,
Beschaving als natuurwet, de kosmos, en de nieuwe arbeid.
Aldus het leven,
Hier is wat op kwam na zooveel wee?n en krampen.
Hoe wonderlijk en tevens: hoe re?el!
De goddelijke aarde onder onze voeten, boven ons hoofd
de zon.
Zie den aardkloot wentelen,
De vader-continenten bijeengegroept ter zij,
De continenten van heden en toekomst, Noord en Zuid, en de
landengte daar tusschen.
Zie, onafzienbre ongebaande landen,
En steeds gewijzigd, als in een droom gezien, woelt daar het
leven,
Ontelbre menigten trekken over hen voort.
Nu zijn ze bedekt met een volk, dat de beschaving leidt, dat
kunsten leven doet, dat al wat goed is lief heeft.
Zie, heenvloeiend door de tijden,
En voor mij uit een oneindigheid van menschen die mij
hooren.
Met vasten en gelijken tred gaan zij hun weg, en nimmer
rusten zij,
En altijd volgen anderen, Americanos, een honderdtal millioenen,
De eene generatie doet wat zij vindt te doen en volgt het
voorgeslacht,
Een andere generatie komt en doet wat is te doen en volgt
dan in haar spoor.
Zij gaan en keeren het gelaat eerst zijwaarts, achterwaarts
vervolgens, naar mij luisterend,
De oogen in het gaan op mij gericht.