De Ziel,
Altijd en immer, vóór de aarde bruin en vast was levende,
vóór water keerde en weerkwam, ebbe en vloed, levende!
Niettemin zal ik de materie bezingen, omdat ik door haar
't schoonst de ziel bezing,
En ik zal mijn lichaam en mijn sterflijkheid bezingen,
Want dán en daardoor vloeit door mij het lied van ziel en
onvergankelijkheid.
Ik zal een lied zingen voor deze Staten, dat niet een hunner,
in wat omgaan ook, zij onderworpen aan een anderen Staat,
En ik zal een lied zingen, dat er overleg zij, bij dag en bij
nacht, tusschen al de Staten en tusschen elk twee-tal hunner,
En ik zal een lied zingen bestemd om gehoord te worden door
den President, vol van scherppuntige dreigende wapens,
En achter die wapens ontelbare ontevreden gezichten,
Ook zing ik een lied van de Eene die uit allen geschapen is,
De vreesbre, luistervolle Eene, die groot is bovenal,
De onwrikbre, de strijdbre Eene, omvattend al en bovenal,
Hoe hoog het hoofd van iemand zij, Haar hoofd is bovenal.
Ik zal alle landen die leven hulde brengen,
Ik zal de landbeschrijving van heel de aarde volgen en een
eerbiedsgroet brengen aan elke stad, 't zij groot of klein,
En aan allen arbeid! Ik zal zeggen in mijn gedichten, dat met
U, ter land en zee, het ware held-zijn is,
En ik zal dat held-zijn gadeslaan met de oogen van een
Amerikaan.
Ik zal het lied zingen der kameraadschap,
Ik zal aantoonen wat enkel en ten slotte de menschen
moet bijeenbrengen,
Ik geloof zij zullen hun eigen ideaal van sterke liefde hebben,
zoo als dat nu reeds in mij leeft,
Aldus zal ik hoog laten opvlammen uit mijn ziel de laaiende
vuren die mij dreigden te verteren,
Ik zal deze vuren, die te lang smeulden, vrij-geven,
Ik zal hen vrijelijk laten woelen,
Ik zal schrijven het evangelium-gedicht van kameraden en
van liefde,
Want wie beter dan ik verstaat de liefde met al haar verdriet
en haar vreugd?
En wie eerder dan ik zou de dichter zijn der kameraadschap?