Een hevige wanhoop maakte zich van mij meester. Wat, wilde Charis dan wel den ezel blijven beminnen, maar niet den jongen man, wiens ziel huisde in dat betooverde dierelijf?! En reeds wilde ik mijne handen vouwen en Charis bezweren mij lief te hebben, die de zelfde toch was als haar ezel geweest was, maar nu in vroegeren man- en menschvorm herschap