In diepen slaap lagen wij, geloof ik, allen die nacht ter neêr. Plotseling schrikte ik op en mijn eerste gedachte was aan mijn bruid. Hoe had ik kunnen slapen, terwijl zij daar lag in de spelonk, onder de varenbladeren. Davus aan hare voeten en de drie zwijnen, rondom mij, als de enkele lijfwacht, die haar behoedde! Zoo verweet ik mij hevig en met