Davus, zoodra hij op den grond gespied had wat mijn hoef had geschreven, slaakte een juichkreet en wierp beide armen hartstochtelijk om mijn ezelnek.
-Heer! riep hij. O mijn heer Charmides! Zie ik u eindelijk terug!?
En ik balkte luid van blijdschap en duwde hem met mijn snoet in zijn maag uit speelschheid.
-En zijt gij de ezel van deze jo