De morgen straalde. Ik zag om mij rond. De rivier aan den rand van het woud en den weg, overschaduwd door takken en blaren.... Maar dan, ter zijde, het rotsgebergte. Het was piek bij piek, die uit stak; hoogere en lagere rotsen stonden verwonderlijk recht de lucht in, als met een leger van bijna regelmatige pieken; zij schenen als menschelijke monu