Een klaterende lach weêrklonk. En ik zag Mero? aangedragen en zij riep:
-Ik herken je, ik herken je, o Charmides, o koopmanszoon uit Epidaurus, o reiziger in purper en parels, al herschiep mijn dienende geest je in een ezel, elken keer, dat je verliefd werdt!
Zij steeg af van haar bloemenbedde, dat men neder zette en naderde Chersonezus en ze