Ik zat naast mijn liefde op een soort van troon vol kussens, tusschen de zuilen van het terras en ik geloof, iedereen was wel verbaasd, dat een ezel, die gekomen was de Goden wisten van waar, zoo wel-opgevoed ter neêr zat, op zijn achterdeel, de voorpooten gestrekt en zonder onwelluidend gebalk en het minste onvoegzaam gebaar, geheel en al als een