Geertje is dan naar Rotterdam'vertrokken, en zal, zoolang ze geen dienst heeft gevonden, bij haar oom Jan Niekerk logeeren. Die oom is een van die slungelige wezens, wien alles, van de kindsheid af tot de grijsheid, het heele leven door, mislukt. Niet alleen volkomen missend wat men in hoogeren zin geestelijke krachten kan noemen, maar ook geheel z