Genre Ranking
Get the APP HOT

Chapter 6 No.6

De kolk van Corryvrekan.

Het was toen ongeveer zes uur des avonds. De zon had nog slechts vier vijfden van haar loopbaan volbracht. Ongetwijfeld zou de Glengarry, voor dat de dagvorstin in de wateren van den Atlantischen Oceaan onderduiken zou, te Oban aangekomen zijn. Miss Campbell kon dus hoop koesteren, dat haar wenschen ten opzichte van den Groenen Straal denzelfden avond vervuld zouden worden. Want waarachtig, het uitspansel vertoonde zich zonder wolken of nevels, en scheen voor de waarneming van dat natuurverschijnsel als geknipt, terwijl de zee-horizon tusschen de eilanden Oronsay, Colonsay, en Huil gedurende het overige gedeelte van den overtocht volmaakt zichtbaar zou blijven.

Maar een geheel onvoorzien voorval zou den gang van de stoomboot eenigermate komen vertragen.

Miss Campbell, geheel ingenomen door haar vast denkbeeld, dat haar niet begaf, hield het oog sterk gevestigd op dat gedeelte van den gezichteinder. Zij alleen merkte dan ook op, hoe woelig de zee tusschen de punt van het eiland Jura en het eilandje Scarba was. Terzelfder tijd bereikte een ver verwijderd geluid, als van golven die tegen elkaar in klotsten, haar oor. En toch rimpelde een flauwe bries ternauwernood de watervlakte, die er olieachtig uitzag, zoo kalm was zij, zelfs toen zij door den boeg van het stoomvaartuig gesneden werd.

?Wat veroorzaakt die woeligheid en dat gedruisch?" vroeg miss Campbell aan hare ooms.

Maar hare ooms konden haar onmogelijk antwoorden, want zij zelf begrepen evenmin als zij, wat daar op drie mijl afstand van hem in dien nauwen doorgang voorviel.

Miss Campbell wendde zich toen tot den kapitein, die in dat oogenblik op de loopbrug op en neer wandelde, en vroeg hem naar de oorzaak van dat golfgeklots, dat zich zoo helder zien en hooren liet.

?Dat wordt eenvoudig door den opkomenden vloed veroorzaakt," antwoordde de kapitein. ?Dat geluid, wat gij hoort, is afkomstig van de kolk van Corryvrekan.

?Maar het weer is overheerlijk," merkte miss Campbell op, ?en de bries laat zich ternauwernood voelen."

?Het weer heeft ook geen invloed op dat natuurverschijnsel. Het wordt veroorzaakt door de opkomende zee, die bij het doorkomen uit den Jura-Sond geen anderen doortocht vindt dan tusschen de beide eilanden Jura en Scarba. In dien doortocht stort de vloed zich met een buitengewoon groote kracht, en het zou zeer gevaarlijk zijn voor een eenigszins klein vaartuig, zich er in te wagen."

De kolk van Corryvrekan is te recht gevreesd in die streken, en wordt als een der meest merkwaardige plekken van den Hebriden-archipel genoemd. Zij is wellicht te vergelijken met de kolk van Sein, die door de verenging van de zee tusschen den weg van dien naam en de baai der Trépassés op de kust van Bretagne of met de kolk Blanchart, die door de wateren der Hoofden gevormd wordt, welke zich tusschen het eiland Aurigny en den vasten wal van Cherbourg storten. De legende verzekert, dat zij haar naam verschuldigd is aan een Scandinavischen prins, wier schip daar ter plaatse in de Keltische tijden met man en muis verging. Het is inderdaad een gevaarlijke doortocht, waarin veel schepen schipbreuk geleden hebben en die, wat ongelukken betreft, de vergelijking met den noodlottigen Maalstroom op de kusten van Noorwegen doorstaan kan.

Miss Campbell hield middelerwijl niet op met naar de hevige golvingen van die kolk te kijken, toen eensklaps haar aandacht meer in het bijzonder geboeid werd door een punt in die zee?ngte. Eerst meende zij dat daar een rots boven de watervlakte uitstak, maar hetgeen zij zag ging met de hevige golvingen der zee op en neer.

?Zie, zie toch, kapitein," zei het jonge meisje, ?indien dat geen rots is, wat is het dan?"

?Waarlijk," antwoordde de kapitein, ?een rots is het niet. Het kan niet anders dan een stuk wrakhout zijn, dat door den stroom meegevoerd is of het is ook wel...."

En zijn kijker grijpende:

?Een sloep!" riep hij uit.

?Een sloep!" kreet miss Campbell.

?Ja!.... ik vergis mij niet!.... Een sloep op de wateren van de Corryvrekan-kolk!.... Oh, zij zal vergaan, dat kan niet anders!"

Toen de kapitein die woorden meer uitschreeuwde dan wel zei verdrongen zich de passagiers op de loopbrug en keken allen in de richting van de kolk. Er was geen twijfel meer mogelijk! Het vaartuig was ongetwijfeld door den stroom in de zee?ngte meegesleurd. Dat was zeer zeker door den opkomenden vloed veroorzaakt. Het bevond zich thans in de werking der zuiging van de tegenstroomingen en liep zijn ondergang te gemoet.

Aller blikken waren op dat punt van de kolk gevestigd, hetwelk op vier of vijf mijl van de Glengarry gelegen was.

?Waarschijnlijk is het maar een sloep, die losgeraakt en afgedreven is," was de bemerking van een der passagiers.

?Neen, dat is het niet! want ik zie er een man in," antwoordde een ander.

?Een man.... twee mannen!" riep Partridge, die in de nabijheid van miss Campbell post gevat had.

En inderdaad daar waren twee menschen in die sloep. Zij waren hun vaartuig niet meer meester. Het weinigje bries, dat van de landzijde woei, was onmachtig om hun zeil te vullen en hen buiten de omstroomingen te voeren, en met de riemen was het onmogelijk uit de schrikkelijke zuiging van de Corryvrekan-kolk te geraken.

?Kapitein!" riep miss Campbell, ?wij kunnen die ongelukkigen toch niet onder onze oogen laten omkomen.... Zij zijn verloren, wanneer men hen aan hun lot overlaat!.... Zij moeten geholpen worden!.... daar valt niets aan te doen!.... het moet!...."

Allen die aan boord waren, koesterden dezelfde gedachten, die het edele meisje uitte. Het antwoord van den kapitein werd dan ook angstvallig afgewacht.

?De Glengarry," sprak hij, ?mag zich niet te midden van de Corryvrekan-kolk wagen. Maar wij zullen zoo veel als mogelijk is naderen, misschien komen wij dan binnen het bereik dier sloep!"

En zich tot de passagiers keerende, scheen hij een teeken van goedkeuring te verzoeken.

Miss Campbell ging tot hem.

?Het moet, kapitein, het moet!...." zeide zij met opgewonden stem en gebaar. ?Mijn reisgenooten zijn van dezelfde meening!.... Het geldt twee menschenlevens, die gij redden kunt! Och! kapitein! .... Ik smeek er u om!...."

?Ja!.... ja!...." riepen eenige der passagiers, opgewekt en bewogen door de warme tusschenkomst van dat jonge meisje.

De kapitein greep zijn kijker, nam met de uiterste nauwkeurigheid de richting van de stroomingen in de zee?ngte waar; toen zich tot den roerganger wendende, die bij hem aan het stuurrad op de brug stond:

?Opgelet bij het sturen!" zei hij. ?Het roer stuurboord te boord!"

Het stoomschip wendde onder de werking van het roer naar het westen. De machinist kreeg bevel om zijn stoomkleppen te bezwaren en alle kracht aan te wenden. Weldra schoot de Glengarry de uiterste punt van het eiland Jura ter linkerzijde voorbij.

Niemand sprak aan boord. Aller oogen waren angstvallig op dat vaartuigje gevestigd, hetwelk al meer en meer zichtbaar werd.

Het was slechts een kleine visschersloep, waarvan men den mast had neergelaten om den terugstoot te vermijden der hevige schokken, door de golven teweeggebracht.

?Kapitein, ik zal u nimmer mijne dankbaarheid voldoende kunnen betuigen." (bladz. 48).

Een der twee mannen, die zich in de sloep bevonden, lag in het achterste gedeelte uitgestrekt; de andere roeide met alle inspanning van krachten, en trachtte buiten den kring der zuiging te geraken. Wanneer hij daarin niet slaagde, waren beide verloren!

De Glengarry kwam een half uur later op de grens van de Corryvrekankolk en begon door den invloed der golven sterk te stampen, maar niemand aan boord toonde zich ontevreden; hoewel de snelheid der stroomingen wel van dien aard was, dat zij eenvoudige toeristen zou hebben kunnen afschrikken.

Inderdaad, in dit gedeelte van de zee?ngte vertoonde zich de zee wit van het schuim, alsof een dichtgereefd marszeilskoeltje woei. Men zag slechts een uitgestrekte oppervlakte van schuim, die tengevolge van de weinige diepte der wateren, door grondzee?n in hooge zuilen werd opgeworpen.

De sloep was nog slechts op een halve mijl verwijderd. Diegene van de twee mannen, die roeide, deed de uiterste inspanning om buiten de neerstroomingen te geraken. Hij begreep, dat de Glengarry hem te hulp kwam, maar hij besefte ook dat de stoomboot niet veel verder kon komen, en dat het dus van zijn krachten afhankelijk was, om haar te bereiken. Wat zijn makker betrof, deze lag steeds in het achterste gedeelte der sloep uitgestrekt en scheen buiten kennis te zijn.

Miss Campbell, aan de grootste opgewondenheid ten prooi, wendde geen oog af van dat vaartuig welks nood zij het eerste aangeduid had op de golven van de kolk, waarheen de Glengarry op haar vurige smeekingen thans stevende.

De toestand werd middelerwijl bedenkelijker, en het was te vreezen dat de stoomboot niet bij tijds zou aankomen. Zij kon nog slechts met half werk vooruitslaan, ten einde belangrijke averij te voorkomen en toch dreigden reeds de zee?n, die over den boeg sloegen, de stookplaats der machine te bereiken, en deden dus het gevaar ontstaan van de vuren te blusschen, hetgeen een schrikkelijke gebeurlijkheid moest genoemd worden, daar te midden van die wilde stroomingen.

De kapitein, die zich aan de bruggestutten vastgekneld hield, waakte er voor, dat zijn schip niet buiten het vaarwater kwam, en manoeuvreerde met alle behendigheid om niet dwarszee's te geraken.

Middelerwijl gelukte het de sloep niet om buiten de neerstroomingen te komen. Soms verdween zij plotseling achter een breker; in een ander oogenblik werd zij door de ronddraaiende stroomingen van de kolk, die evenredig in kracht toenamen, meegesleurd en stevende in een kring rond met de snelheid van een voortgeschoten pijl, of nog beter uitgedrukt, met de snelheid van een steen, die door den slinger rondggedraaid wordt, alvorens hem te laten ontsnappen.

?Sneller! nog sneller!" riep miss Campbell, die haar gemoedsaandoeningen niet kon onderdrukken.

Maar op het gezicht van die vreeselijke golven, die tegen de boot aansloegen, lieten reeds eenige vrouwelijke passagiers angstkreten hooren. De kapitein, de verantwoordelijkheid begrijpende, die hij droeg, aarzelde om verder binnen den kring van de Corryvrekan-kolk te dringen.

En toch, de afstand, die de sloep van de Glengarry scheidde, bedroeg thans in dat oogenblik nog slechts een halve kabellengte of ongeveer drie honderd voet; men kon dan ook van boord gemakkelijk de ongelukkigen onderscheiden, die daar met hunne sloep naar hun verderf werden meegesleurd.

Het was een oud zeeman en een jongmensch. De eerste lag in het achterste gedeelte van het vaartuig uitgestrekt, de andere roeide met inspanning van alle krachten.

Een vreeselijke golf klotste in dit oogenblik tegen de wanden van de Glengarry en maakte haar toestand vrij moeielijk.

En waarlijk, de kapitein kon niet verder de zee?ngte instevenen, en hij moest zoo manoeuvreeren, dat hij met den kop in den stroom bleef, hetgeen niet zonder moeielijkheid te veroorzaken, ten uitvoer gebracht kon worden.

Plotseling gleed de sloep, na een oogenblik op de kruin van een hooge golf verschenen te zijn, omlaag en verdween voor ieders oog.

Een kreet weerklonk aan boord. Een kreet van angst en schrik!

Was het vaartuig omgeslagen en gezonken?.... Neen, daar verscheen het weer op den rug van een andere golf en een nieuwe inspanning van den roeier bracht het iets nader bij de stoomboot.

?Flink! flink doorgeroeid!!" riepen de zeelieden, die op de voorplecht van het schip stonden.

En zij zwaaiden rollen touw en bespiedden het gunstige oogenblik om die in de sloep te werpen.

Plotseling gaf de kapitein, die eenig glad water tusschen de keerstroomingen opmerkte, bevel aan den machinist om de meest mogelijke stoomkracht aan te wenden. De snelheid der Glengarry nam spoedig toe en het schip stevende koen tusschen de beide eilanden in, terwijl de sloep van haren kant ook eenigermate naderde. Toen werden de touwen voortgeslingerd, door den roeier gegrepen en om den mast bevestigd. De Glengarry sloeg vervolgens met kracht achteruit, om des te eerder uit de wieling te geraken, terwijl de sloep, langs zij getrokken, zoo door haar gesleept werd.

Toen eerst wierp de jongeling de riemen neer, tilde zijn makker in de armen op, en werd die oude zeeman met behulp der matrozen van de boot aan boord geheschen. Terwijl de sloep naar de Corryvrekan-kolk voortgesleurd werd, had een groote golf haar een hevigen slag toegebracht, die haar buiten staat gesteld had, verder de inspanningen van den jonkman te steunen, waardoor deze laatste geheel en al aan eigen krachten was overgelaten.

Deze was middelerwijl op het dek van de Glengarry gesprongen. Hij had niets van zijn tegenwoordigheid van geest verloren, zijn gelaat ademde rustige kalmte en zijn geheele houding gaf te kennen dat zedelijke moed hem evenmin ontbrak als physieke, en hem aangeboren scheen.

Hij beijverde zich dan ook dadelijk om zijn makker behoorlijk te doen verzorgen. Dat was de eigenaar van de sloep. Een flink glas brandewijn bracht dezen weer spoedig op de been.

?Mijnheer Olivier!" zei hij.

?Oh! mijn ouwe zeeman," antwoordde de jongeling. ?En die klap van die golf?.... Hoe is het er mee?...."

?Dat's niets! Ik heb wel wat anders beleefd! Ik voel er niets meer van!...."

?Den hemel zij dank!... maar mijn onvoorzichtigheid om steeds vooruit te stevenen, zou ons duur te staan hebben kunnen komen!... maar wij zijn gered!"

?Met uwe hulp, mijnheer Olivier."

?Neen.... met Gods hulp!"

En de jonkman, den ouden zeerob aan zijn borst drukkende, poogde niet zijn aandoeningen te bedwingen, maar uitte ze vrij en zag ze trouwens door al de omstanders gedeeld.

Toen, zich tot den kapitein van de Glengarry wendende, die in dat oogenblik juist de trap van de loopbrug afklom:

?Kapitein," zeide hij, ?ik zal u nimmer mijn dankbaarheid voor den dienst, dien gij ons bewezen hebt, voldoende kunnen betuigen..."

?Ik heb slechts mijn plicht gedaan, mijnheer," antwoordde de gezagvoerder, ?en om de waarheid te huldigen, moet ik verklaren, dat mijn passagiers meer recht op uw dankbetuigingen hebben dan ik."

De jonkman drukte den kapitein hartelijk de hand; toen zijn hoed afnemende, groette hij al de passagiers met een uiterst bevallig gebaar.

Daarvan hield hij zich overtuigd, dat zonder de tusschenkomst van de Glengarry, zijn makker en hij, voortgesleurd tot in het middelpunt van de Corryvrekan-kolk, ellendig omgekomen zouden zijn.

Miss Campbell had middelerwijl gemeend zich gedurende die beleefdheidswisselingen een weinig te moeten terugtrekken. Zij verlangde niet dat het deel, hetwelk zij aan de ontknooping van die dramatische redding gehad had, ter sprake kwam. Daarom vertoefde zij vóór op de loopbrug, toen haar eensklaps, alsof haar grilligheid weer de bovenhand genomen had, die woorden ontsnapten, terwijl zij zich naar het westen keerde:

Is toch Oban ook een badplaats. (bladz. 51).

?En de Groene Straal?.... En de zon?"

?Geen zon meer!" zei broeder Sam.

?En geen straal!" zei broeder Sib.

En waarlijk, het was te laat. De zonneschijf, die achter een gezichteinder van een bewonderenswaardige zuiverheid ondergegaan was, had haren Groenen Straal, onopgemerkt door iedereen, in het luchtruim laten schitteren. Maar in dat oogenblik dwaalden de gedachten van miss Campbell elders, en haar verstrooide blik had deze gelegenheid gemist, die wellicht zich zoo spoedig niet meer zou voordoen!

?Het is jammer!" mompelde zij binnensmonds, zonder eenige spijt evenwel bij de herinnering aan hetgeen er plaats had gehad.

De Glengarry manoeuvreerde intusschen, om uit de zee?ngte van de Corryvrekan-kolk te komen, en hernam haren noordwaartschen koers. Toen wisselde de oude zeeman een hartelijken maar laatsten handdruk met zijn makker, stapte in zijn sloep, heesch zijn zeil en vertrok naar het eiland Jura.

Wat den jonkman betreft, wiens ?dorlach", een soort van lederen reisvalies, aan 't dek gebracht was, hij was een toerist te meer, die door de Glengarry naar Oban zou overgevoerd worden.

De stoomboot, na de eilanden Shuna en Luing, waar de rijke leigroeven, toebehoorende aan den markies van Breadalbane, aangetroffen worden, rechts te hebben laten liggen, stevende langs het eiland Seil, hetwelk dat gedeelte van de Schotsche kust dekt. Daarna stoomde het vaartuig de Firth van Lorne binnen, voer tusschen het vulkanische eiland Kerrera en de vaste kust door, en wierp eindelijk zijn trossen uit, om aan de staketpalen van de haven van Oban gemeerd te worden.

Previous
            
Next
            
Download Book

COPYRIGHT(©) 2022