Ik had mijn metgezellen ingehaald. Maar om hen niet meer te verontrusten, droeg ik mijn jachtroer op den schouder, met de kolf omhoog.
Wat zagen die jagers van professie er prachtig uit in hun tenue; wit vest met ruime fluweelen pantalon, breede schoenen met bespijkerde zolen, die buiten het overleer uitstaken, linnen kuitendekkers, die de wolle