Op den aangeduiden dag, dat wil zeggen daags vóór de jachtopening, was ik op de plaats van samenkomst, die mij door Bretignot op het Perigord-plein aangewezen was, des avonds ten zes uur aanwezig. Daar nam ik als de achtste-de honden niet medegerekend-plaats in de rotonde van een postwagen.
Bretignot en zijne jachtgezellen-ik durfde mij nog niet