Genre Ranking
Get the APP HOT

Chapter 3 No.3

Daags te voren.

Het was in den morgen van den 11den Maart, dat Gilbert Burbank door de rechtbank te Jacksonville ter dood veroordeeld was.

In den avond van dienzelfden dag was zijn vader op bevel van diezelfde rechtbank in hechtenis genomen.

De jeugdige officier zou twee dagen later doodgeschoten worden, en ongetwijfeld zou James Burbank, die beschuldigd was zijn medeplichtige te zijn, hetzelfde vonnis treffen en terzelfder ure dezelfde straf ondergaan!

Texar zette de rechtbank zooals men weet naar zijne hand; zijn wil gold te Jacksonville voor wet. De doodstraf op vader en zoon ten uitvoer gebracht, zou slechts het voorspel zijn van de bloedige uitspattingen, waaraan de halfblanken, die door het schuim der bevolking ondersteund werden, zich tegenover de noordelijkgezinden in den Staat Florida en tegen hen, die hunne denkbeelden omtrent de slavernij deelden, zouden schuldig maken.

Hoevele personeele wraaknemingen zouden aldus onder het schild van den burger-oorlog gepleegd worden? Die zouden niet anders dan door de tegenwoordigheid der federalistische troepen gestuit kunnen worden.

Maar... zouden die aankomen? En bovenal, zouden zij bijtijds aankomen, voordat de eerste slachtoffers aan den haat en de wraakzucht van den Spanjaard opgeofferd zouden zijn?

Ongelukkig, dat viel te betwijfelen.

En de lezer zal begrijpen in welke doodsangsten de bewoners en gasten van Castle-House door die onzekerheid, door dat uitblijven der troepen, die redding moesten aanbrengen, verkeerden.

Het scheen toch, dat de commandant Stevens het plan, om de Sint John met zijn smaldeel op te stevenen, althans voorshands had laten varen. De kanonneerbooten volvoerden geen enkele beweging, waaruit opgemaakt zou kunnen worden, dat zij hun anker wilden verlaten.

Zouden zij de bank in de monding van den stroom niet durven overschrijden, nu Mars niet meer daar was, om hen door de geul te loodsen? Het had er al den schijn van.

Zagen zij van het plan af, om zich van Jacksonville meester te maken, om door die inname de veiligheid te verzekeren van de opgezetenen van de plantages, aan het bovengedeelte der Sint John gelegen? Helaas, dat was te duchten.

Maar wat was er dan op het werkelijke terrein des oorlogs geschied; welke feiten waren daar voorgevallen, die tot zulk eene wijziging in de plannen van den Commodore Dupont noopten?

Dat vroegen zich master Walter Stannard en de administrateur master Perry herhaaldelijk gedurende dien eindeloozen dag van den 12den Maart af.

Toen toch liepen er geruchten in dit gedeelte van Florida, hetwelk tusschen den Atlantischen Oceaan en de Sint John begrepen ligt, dat de ondernemingen der Noordelijken zich voornamelijk tot de kuststrook bepaalden. De Commodore Dupont, die zijn wimpel op de Wabash geheschen had, zou, gevolgd door de grootste kanonneerbooten van zijn eskader, reeds in de baai van Sint Augustijn gedrongen zijn. Men vertelde zelfs dat de militie-troepen zich gereed maakten de stad te ontruimen, zonder zelfs te pogen het fort Masan te verdedigen, evenmin als zij het fort Clinch verdedigd hadden, toen de havenplaats Fernandina genoodzaakt was, zich bij verdrag over te geven.

Dat waren de nieuwstijdingen, welke de administrateur in den ochtend op Castle-House aanbracht. Men deelde ze aanstonds aan master Walter Stannard en aan master Edward Carrol mede, welke laatste door zijne wond, die nog niet geheeld was, gedwongen werd op een der divans in de hall van het heerenhuis uitgestrekt te blijven liggen.

?De federalistische troepen te Sint Augustijn!" riep de gekwetste uit.

?Het schijnt zoo, master Carrol," antwoordde de administrateur Perry.

?Maar waarom gaan zij niet naar Jacksonville?"

?Ja, dat is onbegrijpelijk," antwoordde Walter Stannard.

?Misschien willen zij slechts de rivier benedenstrooms afsluiten, zonder er bezit van te nemen," hernam de administrateur Perry.

?Maar dat is onzinnig!" riep Edward Carrol uit.

?Meer dan dat," zei Walter Stannard.

?Dat meen ik ook," bevestigde master Perry.

?James Burbank en zijn zoon Gilbert zijn reddeloos verloren," vervolgde master Walter Stannard, ?wanneer Jacksonville in de macht van Texar blijft."

?Zou daarvoor niets te doen zijn?" vroeg master Perry.

?Wat zou er kunnen gedaan worden?" vroeg Master Walter Stannard.

?Ik zou naar den Commodore Dupont kunnen reizen," antwoordde de administrateur, ?om hem in te lichten omtrent het gevaar, waarin de heeren Burbank vader en zoon verkeeren."

?Gij zoudt een heelen dag noodig hebben, om Sint Augustijn te bereiken," hernam Edward Carrol, ?altijd in de onderstelling, dat gij niet door de detachementen militie-troepen, die op hunnen terugtocht zijn, aangehouden zult worden! En voordat de Commodore Dupont het betrekkelijk bevelschrift, om Jacksonville te bezetten, aan den commandant Stevens zal hebben doen toekomen, zou te veel tijd verloopen. Daarenboven, die bank... die zandbank in de rivier... de kanonneerbooten kunnen daar niet over... en hoe nu onzen armen Gilbert te redden, wiens vonnis morgen reeds voltrokken wordt? Neen!... Er behoeft niet naar Sint Augustijn gegaan te worden, maar naar Jacksonville zelve!... Wij moeten ons niet tot den Commodore Dupont wenden...."

?Maar tot wien dan?" vroeg Perry onthutst.

?Wel, tot Texar in persoon!..."

?Vader, mijnheer Carrol heeft gelijk," zei Miss Alice Stannard, die juist binnengetreden was en de woorden van master Edward gehoord had. ?Mijnheer Carrol heeft gelijk, en ik zal naar Jacksonville gaan!"

Het moedige meisje was in staat om alles te ondernemen, alles te trotseeren, wanneer het gold Gilbert Burbank te redden.

Voordat master James Burbank daags te voren Camdless Bay verlaten had, had hij iedereen op het hart gedrukt, dat zijne echtgenoote er niet mede mocht bekend gesteld worden, dat hij zich naar Jacksonville begaf. Vooral legde hij nadruk er op, dat zij onkundig moest blijven met de omstandigheid, dat het 't bestuur was, dat het bevel uitgevaardigd had om hem gevangen te nemen. Mevrouw Burbank wist dus van niets en was ook onbekend gebleven met het lot, dat haren zoon beschoren was, dien zij in veiligheid aan boord der kanonneerboot moest wanen.

Hoe zou die ongelukkige vrouw den dubbelen slag, die haar trof, verdragen?

Haar echtgenoot was in handen van dien verfoeielijken Texar, en haar zoon beleefde den vooravond van den dag, dat zijn doodvonnis voltrokken zoude worden! O, dat zou zij niet overleefd hebben!

Toen zij verzocht had om James Burbank, haren echtgenoot, te zien, had miss Alice geantwoord, dat hij Castle House verlaten had, om de nasporingen met betrekking tot de kleine Dy en Zermah weer te hervatten en dat zijn afwezigheid ongeveer tweemaal vier-en-twintig uren zoude duren.

Het geheele denkvermogen van mevrouw Burbank vestigde zich nu op haar ontvoerd kind. Maar ook dat was te veel voor haar te dragen, althans in den toestand van ziekelijkheid, waarin zij zich bevond.

Miss Alice Stannard was evenwel met alles bekend, wat er voorgevallen was en derhalve ook met den gevaarvollen toestand, waarin James en Gilbert Burbank zich bevonden. Zij wist dat de jeugdige officier den volgenden dag moest doodgeschoten worden en dat hetzelfde lot zijn vader beschoren was!...

O, bij die gedachte was zij tot alles besloten, om pogingen tot hunne redding aan te wenden.

Zij verzocht dan ook master Edward Carrol, om haar de gelegenheid te verschaffen naar de overzijde der Sint John te kunnen oversteken.

?Waar wilt gij heen, miss Alice?" vroeg Edward Carrol.

?Naar Jacksonville."

?Gij!... Gij, Alice... naar Jacksonville!" riep master Walter Stannard uit.

?Vader... het moet... het is mijn plicht!..."

De zoo natuurlijke aarzeling van master Walter Stannard verdween bij die woorden oogenblikkelijk. Hij gevoelde dat zonder dralen moest gehandeld worden. Wanneer Gilbert Burbank kon gered worden, dan kon dat uitsluitend door de poging, die miss Alice wilde wagen.

Wellicht wanneer het jonge meisje zich aan de knie?n van Texar wierp, zou zij er in slagen een sprank van mededoogen in zijn hart op te wekken! Misschien zou zij een uitstel, eene schorsing van het vonnis verwerven! Mogelijk was het ook, dat zij steun zoude vinden bij de eerlijke lieden en dat hare wanhoop eindelijk de gemoederen in opstand zoude brengen tegen de ondragelijke tirannie van het bestuur, dat thans de macht in handen had? Zij moest dus naar Jacksonville, ongeacht het gevaar dat zij daar loopen kon.

?Perry zal mij wel naar de woning van master Harvey willen geleiden," zei het jonge meisje.

?Zeker," antwoordde de administrateur bereidwillig.

?Neen, Alice," hernam master Walter Stannard, haar vader, ?ik zal u vergezellen. Ja... ik! Kom, er valt geen tijd te verliezen."

?Gij Stannard?" vroeg Edward Carrol... ?Dat is u noodeloos in gevaar begeven... Begrijp dat goed... Men kent te zeer uwe denkbeelden te Jacksonville."

?Om het even," antwoordde master Walter Stannard. ?Ik laat mijne dochter zich niet zonder mijn geleide te midden van die woestelingen begeven."

?Maar dat is gevaarlijk!"

?Ik herhaal: dat is mij om het even!"

?Maar..."

?Zwijg daarover. Perry moet op Castle-House blijven, daar gij, Edward, nog niet gaan kunt; want het geval moet voorzien worden, dat men ons aanhoudt..."

?En als mevrouw Burbank naar u vraagt?" hernam Edward Carrol.

?Antwoord dan dat ik mij bij haren echtgenoot vervoegd heb, om hem bij zijne nasporingen aan de overzijde der Sint John behulpzaam te zijn."

?Maar, als zij naar miss Alice vraagt?"

?Ja... dan... Zeg dan dat zij mij vergezelt... Zeg haar zelfs, als het moet, dat wij naar Jacksonville gegaan zijn... Zeg in één woord alles wat u voor den mond komt, om de goede mevrouw Burbank gerust te stellen. Maar laat haar vooral niet gissen, welke gevaren, haar zoon en echtgenoot bedreigen.

?Neen, dat zal niet, wees gerust."

?Welnu dan, Perry, laat een vaartuig in gereedheid brengen!..."

?Goed, master Stannard."

De administrateur ging dadelijk heen, om het ontvangen bevel te doen uitvoeren, terwijl master Walter Stannard zich onledig hield zijne toebereidselen tot het vertrek te treffen.

Intusschen werd het toch wenschelijk geacht, dat miss Alice Stannard, alvorens Castle-House te verlaten, aan mevrouw Burbank zoude mededeelen, dat zij en haar vader verplicht waren naar Jacksonville te gaan. Er kon niet anders gehandeld worden. Als het noodig mocht zijn, moest zij geen oogenblik aarzelen om haar te verzekeren, dat de partij van Texar het onderspit gedolven had, dat zijne regeering omver geworpen was... dat de Federalisten meester van de Sint John waren... dat Gilbert morgen reeds op Camdless-Bay zoude aankomen...

Maar zou het jonge meisje geestkracht genoeg bezitten, om hare gevoelens volkomen meester te blijven?

Zou hare stem haar niet verraden, wanneer zij daadzaken verzekerde, welker verwezenlijking thans, zoo niet onmogelijk, dan toch zeer onwaarschijnlijk was?

Toen zij in de kamer van mevrouw Burbank kwam, sliep de patiente, of beter gezegd, was in eene soort van pijnlijke verdooving verzonken, in eene diepe machteloosheid, waaruit miss Alice haar niet durfde wekken.

?Zou het ook niet beter zijn," zoo dacht het lieve kind, ?dat ik niet sprak en maar heenging zonder de arme moeder door onwaarheden gerust te stellen?"

Een der vrouwelijke dienstboden op Castle House waakte bij het bed. Miss Alice Stannard beveelde haar uitdrukkelijk aan, de zieke geen oogenblik alleen te laten, en zich tot master Edward Carrol te wenden, wanneer de arme moeder vragen tot haar richtte, die zij niet kon beantwoorden.

Daarna bukte zij zich over het voorhoofd van mevrouw Burbank, beroerde dat even met hare lippen en verliet vervolgens het vertrek, om zich bij haren vader te vervoegen.

Zoodra deze haar bespeurde, vroeg hij:

?Wel?..."

?Kom, laten wij gaan," zeide zij.

?Maar..."

?Kom, er valt geen minuut te verliezen."

Beiden verlieten de hall, nadat zij de hand van master Edward Carrol gedrukt hadden.

In het midden van de bamboelaan, die naar de kleine havenkom voerde, ontmoetten zij den administrateur Perry.

?Is het vaartuig klaar?" vroeg Walter Stannard.

?Ja, master. Alles is in orde."

?Goed zoo, Perry. Maar, nu nog een woord."

?Wat wilt ge zeggen, master Stannard?"

?Wees waakzaam, oude vriend. U is thans de zorg van Castle House opgedragen."

?Vrees niets, master Stannard."

?Ik weet, dat ik op u kan vertrouwen, maar gij beschikt over zoo weinig hulpmiddelen..."

?Dat valt nog al mede, master Stannard. Onze negers komen langzamerhand op de plantage terug en dat valt licht te begrijpen. Wat zouden zij met eene vrijheid uitvoeren, waarvoor hen de natuur niet geschapen heeft?"

?Des te beter," antwoordde master Walter. ?Wees intusschen waakzaam."

?Nogmaals, wees niet ongerust. Brengt gij maar master James Burbank op de plantage terug, dan zal hij mij en allen op hun post vinden!"

?Het zij zoo, master Perry!"

Master Walter Stannard en zijne dochter namen nu plaats in het vaartuig, dat door vier negermatrozen van Camdless Bay gevoerd werd.

Het zeil werd geheschen en onder den druk van een niet al te sterken oostenwind, stak men van den wal af. De aanlegpier verdween weldra achter den hoek, die in het noordwestelijk gedeelte der plantage door den min of meer bochtigen loop der rivier gevormd werd.

Master Stannard koesterde het voornemen niet, om in de haven van Jacksonville aan wal te stappen. Daar zou hij toch onmiddellijk herkend worden. Hij achtte het doelmatiger in een kleine kreek, iets boven die havenstad gelegen, te ontschepen. Vandaar zou het hem niet moeilijk vallen, de woning van master Harvey, welke zich aan dien kant op het uiteinde der voorstad bevond, te bereiken, Daar zou men tot eene beslissing moeten komen, hoe volgens de omstandigheden verder te handelen, en welke pogingen in het werk gesteld moesten worden.

De oppervlakte der Sint John was eenzaam in dit uur. Niets werd bovenstrooms ontwaard, vanwaar de militie-troepen van Sint Augustijn bij hunne vlucht naar het zuiden konden opdagen.

Dus er was nog geen gevecht tusschen de Floridasche vaartuigen en de kanonneerbooten van den commandant Stevens geleverd. Men kon zelfs deze laatstbedoelde oorlogsvaartuigen in eene lijn voor anker zien liggen, want bij eene kronkeling van de Sint John opende zich een ruim vergezicht tot ver beneden Jacksonville.

De wind blies ruim en stevig, zoodat de overtocht snel afgelegd werd. Het was nog vroeg, toen master Walter Stannard en miss Alice, zijne dochter, den oever bereikten. Beiden konden, zonder bespeurd te worden in de kreek, die niet bewaakt werd, ontschepen, en weinige minuten later bevonden zij zich in de woning van den correspondent van James Burbank te Jacksonville.

Deze was zeer verrast hen te zien en legde veel onrust over hun verschijnen in de stad aan den dag. Hunne tegenwoordigheid was vrij gevaarvol te midden van die bevolking, welke zeer opgewonden en geheel en al op de hand van Texar was. Men wist toch dat master Walter Stannard de anti-slavernij-gezinde meeningen, die te Camdless Bay aangekleefd werden, deelde. De plundering zijner eigene woning te Jacksonville was eene waarschuwing, waarmede ernstig rekening gehouden moest worden.

Zijne vrijheid, ja zijn leven zou zeer zeker groot gevaar loopen. Het minste wat hem zou kunnen overkomen, wanneer hij herkend werd, zou zijn, dat hij als medeplichtige van master James Burbank gevangen genomen en opgesloten zou worden.

?Ja, maar het geldt ons minder," merkte miss Alice Stannard den heer Harvey in antwoord op zijne veelvuldige opmerkingen en bezwaren op.

?En wien geldt het dan?" vroeg de kalme handelaar.

?Het geldt de redding van Gilbert Burbank!" antwoordde het geestdriftvolle meisje.

?De redding van Gilbert Burbank?"

De kanonneerbooten volvoerden geen enkele beweging om hun anker te verlaten. (Bladz. 34.)

?Ja, master Harvey. En daarbij moet gij ons helpen."

?U helpen? Bij de redding van Gilbert Burbank?... Voorzeker kan dat beproefd worden."

?Niet kan, maar moet beproefd worden, master Harvey!"

?Jawel, maar... master Stannard mag zich niet buitenshuis vertoonen..."

?Niet?" vroeg Alice's vader.

?Neen, gij moet hier als het ware opgesloten blijven, terwijl wij beiden zullen handelen."

?Een mooie rol, die gij mij toebedeelt," pruttelde master Walter Stannard.

?Zal men mij in de gevangenis toelaten?" vroeg het jonge meisje.

?Dat geloof ik niet, miss Alice."

?Waarom niet?"

?Omdat bevelen zijn gegeven, niemand bij de veroordeelden toe te laten."

?Zou ik bij Texar toegelaten worden?"

?Bij Texar?"

?Ja, bij Texar, master Harvey!"

?Wij kunnen het beproeven."

?Gij wilt dus niet, dat ik u vergezel?" drong master Walter Stannard aan.

?Neen! Dat zou te gevaarlijk zijn en het weinigje kans om te slagen in rook doen verdwijnen."

?Waarom dan toch?"

?Omdat Texar en het geheele bestuur uwe verschijning als eene uittarting zouden beschouwen."

?Kom dan, master Harvey," sprak miss Alice.

?Ik volg u, mijn kind."

Alvorens hen te laten vertrekken, wenschte master Walter Stannard toch te weten, of er geen nieuwe oorlogsbedrijven plaats gegrepen hadden, waarvan de tijding Castle House wellicht niet bereikt had.

?Geen," antwoordde master Harvey.

?Geen enkele?"

?Neen, ten minste geen enkele, welke betrekking op Jacksonville kan hebben."

?Maar..."

?Het is waar, het federalistische smaldeel is in de baai van Sint Augustijn binnengedrongen, waarop die stad zich bij verdrag heeft overgegeven."

?Maar ten opzichte van de Sint John?"

?Dienaangaande is geen enkele beweging opgemerkt."

?Helaas!"

?De kanonneerbooten liggen nog altijd beneden de zandbank ten anker."

?Zij hebben nog geen water genoeg om die bank over te stevenen, niet waar?"

?Juist, mijnheer Stannard."

?En bestaat er uitzicht op verandering in den toestand?"

?Heden zullen wij een der sterkste equinoxiaal-springvloeden hebben. De vloed zal zijn hoogste punt tegen drie uren bereiken en dan zullen de kanonneerbooten waarschijnlijk de bank kunnen passeeren."

?Passeeren zonder loods?"

?Zonder loods, master Stannard?"

?Weet gij dan niet, master Harvey," vroeg miss Alice, ?dat Mars er niet meer is, om de vaartuigen door de geul te geleiden?"

Het lieve meisje sprak die woorden op zulk een weemoedigen toon, dat het duidelijk was, dat zij thans ook weinig van de tusschenkomst der oorlogsvaartuigen verwachtte. Zij ging dan ook voort:

?Neen... neen... Het is onmogelijk... Daarvan valt niets te verwachten... Master Harvey, ik moet Texar te spreken krijgen..."

?Maar, als hij uwe bede afslaat?"

?Dan moeten wij alles trachten in het werk te stellen, om Gilbert te doen ontvluchten!"

?Ja zeker, dat zullen wij doen, miss Alice!"

?Is er geen wijziging gekomen, master Harvey, in de stemming der bevolking te Jacksonville?" vroeg master Walter Stannard.

?Neen," antwoordde de correspondent van James Burbank.

?Zoodat?..."

?Zoodat de schurken, die door Texar beheerscht worden, er nog steeds den boventoon voeren."

?Maar bestaat er dan geen eerlijkheidsgevoel meer?"

?Ja, de eerlijke lieden trillen van verontwaardiging, bij de daden van willekeur en knevelarij, door de bestuurslieden begaan. Eene enkele beweging voorwaarts vanwege de federalistische troepenmacht zou voldoende zijn, om den staat van zaken te veranderen. Want de bevolking van Jacksonville is, alles wel beschouwd, lafhartig van aard. Als haar de angst om het hart zal slaan, dan is het bestuur van Texar en zijne handlangers in een oogwenk omvergeworpen... Ik koester nog steeds de hoop, dat de commandant Stevens de bank zal kunnen overschrijden."

?Wij kunnen die gebeurlijkheid niet afwachten," antwoordde miss Alice Stannard vastberaden. ?Ik zal Texar te voren ontmoet hebben!"

?God helpe u daarbij, miss Alice!"

Er werd verder overeengekomen, dat master Walter Stannard binnenshuis zoude blijven, opdat niemand iets van zijne tegenwoordigheid te Jacksonville zoude vernemen.

Master Harvey stelde zich geheel ter beschikking van het jonge meisje, om haar bij alle pogingen, die zij ondernemen wilde, bij te staan. Helaas, hij ontveinsde zich niet, dat het welslagen dier pogingen het hersenschimmige nabij kwam. Wanneer toch Texar weigeren zou Gilbert het leven te schenken, wanneer het Alice onmogelijk gemaakt werd, om tot de veroordeelden door te dringen, dan bleef er niets anders over dan te beproeven, al moest het ook een vermogen kosten, de ontvluchting van den jeugdigen zeeofficier en van zijn vader James Burbank voor te bereiden, en de personen, die daarbij behulpzaam konden zijn, om te koopen.

Het was ongeveer elf uren, toen miss Alice Stannard en master Harvey de woning verlieten, om zich naar Court-Justice te begeven, alwaar het bestuur, gepresideerd door Texar, in de tegenwoordige tijdsomstandigheden onafgebroken zitting hield.

Er heerschte steeds groote bedrijvigheid in de stad. Hier en daar trokken militie-troepen voorbij, die door de contingenten, welke uit de zuider-districten aanrukten, versterkt werden. Men verwachtte in den loop van den dag die, welke door de overgaaf van de havenstad Sint Augustijn beschikbaar kwamen, hetzij zij hun weg langs de Sint John, hetzij zij door de bosschen aan den rechter oever trokken, om de rivier ter hoogte van Jacksonville over te steken. Dus er was veel beweging in de straten; de bevolking trok als het ware heen en weer.

Duizend nieuwtjes deden de rondte, en zooals gewoonlijk waren de meesten met elkander in strijd, hetgeen meestal een oploop ten gevolge had, die niet van regelmaat en orde getuigde.

Zooveel was wel te ontwaren, dat wanneer de federalistische kanonneerbooten in het gezicht der havenplaats zouden verschijnen, geen eenheid van handelen bij de verdediging bestaan zou. De weerstand zou niet ernstig zijn. Fernandina had zich negen dagen te voren aan de debarkementstroepen van den generaal Wright overgegeven. Sint Augustijn had het smaldeel van den Commodore Dupont toegelaten, ja ingehaald, zonder zelfs eene poging van tegenstand aan te wenden. En zoo was het te voorzien, dat het te Jacksonville eveneens zoude geschieden. De Floridasche militie-troepen zouden de plaats ontruimen voor de krijgsmacht der Noordelijken en naar de binnenlanden van het graafschap terugtrekken.

Slechts een enkele omstandigheid zou nog de inbezitname van Jacksonville kunnen verhinderen en het hare er toe bijdragen, om de dagen van dat bestuur te verlengen, waardoor het mogelijk werd dat de woestelingen hunne bloeddorstige plannen zouden kunnen ten uitvoer leggen, namelijk dat de kanonneerbooten van den commandant Stevens om de een of andere reden-b. v. gebrek aan voldoende diepte of gebrek aan een loods-de zandbank in de rivier niet konden overschrijden. En dat vraagstuk zou binnen weinige uren opgelost zijn.

Intusschen richtten miss Alice Stannard en master Harvey te midden van eene menigte, die al talrijker en dichter werd, hunne schreden naar de openbare plaats.

Hoe zouden zij binnen Court Justice geraken? Daarover konden zij zich zelfs geen denkbeeld maken.

En al gelukte het hun ook al de zalen van dat gebouw binnen te dringen, hoe moesten zij het aanleggen om Texar te ontmoeten? Ja, dat wisten zij ook niet.

Wie weet, of de Spanjaard, wanneer hij zoude vernemen dat miss Alice Stannard hem wenschte te ontmoeten, haar niet in hechtenis zou laten nemen en tot na de terechtstelling van den jeugdigen luitenant in de gevangenis laten opsluiten, om zich van eene lastige audi?ntie af te maken?...

Maar het jonge meisje wilde van al die mogelijke gebeurlijkheden niets weten. Zij had slechts haar doel voor oogen. Zij wilde Texar ontmoeten, zij wilde hem de gratie voor Gilbert ontwringen... en geene overweging van persoonlijk gevaar kon haar dat doel doen vergeten, al was het ook maar voor een oogenblik.

Toen zij en master Harvey het plein bereikten, vonden zij daar eene nog meer op elkaar gepakte en nog meer luidruchtige menigte dan in de straten die zij doorgestapt hadden. Woeste kreten weerklonken, vloeken, schelden en tieren werd overal gehoord. En boven alles klonken de woorden, die als het ware van de eene naar de andere groep gekaatst en herkaatst werden:

?Ter dood!... Ter dood!"

Wien zou dat kunnen gelden?

Master Harvey vernam weldra, dat de rechtbank sedert een uur zitting hield. Een vreeselijk voorgevoel overviel hem. En helaas! dat voorgevoel bedroog hem niet.

En inderdaad, de rechtbank eindigde juist hare taak met de veroordeeling van master James Burbank als medeplichtige van zijn zoon en als zoodanig als schuldig aan de misdaad van met de federalistische krijgsmacht en dus met de vijanden van zijn land geheuld te hebben.

Hier had de beschuldiging omtrent dezelfde misdaad weerklonken en was ongetwijfeld hetzelfde vonnis gewezen!

Het was de bekroning der taak van den haat, door Texar tegen de familie Burbank gekoesterd!

Master Harvey wilde toen niet verder gaan. Hij poogde miss Alice Stannard met zich te tronen. Zij mocht geen getuige zijn van de gewelddadigheden, waaraan het volk, het plebs zich scheen te zullen overgeven, wanneer de veroordeelden Court-Justice zouden verlaten na de uitspraak van het vonnis. Daarenboven, dit kon onmogelijk het gewenschte oogenblik zijn om den Spanjaard te ontmoeten en zijne bemiddeling af te smeeken.

?Kom, miss Alice," sprak master Harvey, ?kom!... Wij zullen terugkeeren, wanneer de rechtbank..."

?Neen," antwoordde het jonge meisje, ?neen, wij gaan niet heen!"

?Maar, wat wilt gij dan doen?"

?Wat ik doen wil?... O God!... Ik zal mij tusschen de beschuldigden en hunne rechters plaatsen!"

Het besluit van miss Alice Stannard was zoo onwrikbaar genomen, dat master Harvey er aan wanhoopte, om er haar van af te brengen, of om haar aan het wankelen te brengen.

Het jonge meisje trad vooruit en de brave man was genoodzaakt haar te volgen, haar te begeleiden. Dat had hij haren vader beloofd. De menigte, hoe dicht opeengepakt zij ook was, opende zich voor haar en verleende haar doortocht. Misschien dat ettelijke personen haar herkenden. De kreten van ?ter dood! ter dood!" weerklonken schrikkelijk in hare ooren. Niets kon haar weerhouden. En onder die omstandigheden bereikte zij de deur van Court-Justice.

Hier was het volk nog onrustiger, nog onstuimiger dan elders. De beweging, die de menigte ondervond, was aan de hooggaande deining van den oceaan gelijk. Maar niet aan de deining die afslecht en aankondigt, dat de storm uitgewoed heeft, maar aan den aanschietenden golfslag van den orkaan in aantocht.

Van dien kant waren de grootste uitspattingen te vreezen.

Plotseling werd de menigte, die de zaal van Court-Justice als het ware overstroomde, door eene onweerstaanbare wieling naar buiten gedrongen. Het geschreeuw en de dreigementen verdubbelden. Het vonnis was gestreken en de veroordeeling uitgesproken.

James Burbank was evenals Gilbert Burbank veroordeeld voor dezelfde voorgewende misdaad tot dezelfde straf. Vader en zoon zouden onder dezelfde kogels van hetzelfde executie-peloton vallen.

?Ter dood!... Ter dood!..." riep die troep woestelingen.

Master James Burbank verscheen in dit oogenblik op de benedenste treden van de trap die naar den ingang van Court-Justice voerde. Hij was kalm en zich zelf geheel meester. Voor die hem omringende schreeuwers had hij slechts een blik van verachting over.

Een detachement militie-troepen omringde hem en had tot opdracht om hem naar de gevangenis terug te brengen.

Hij was evenwel niet alleen.

Gilbert, zijn zoon Gilbert, stapte naast hem voort.

De jeugdige officier der Noordelijken was uit zijne cel gehaald geworden, waarin hij het uur van de voltrekking van zijn vonnis afwachtte, en voor de rechtbank gebracht om met James Burbank, zijn vader, geconfronteerd te worden.

Deze had slechts de beweringen zijns zoons kunnen bevestigen, namelijk dat deze voor geen andere reden naar Castle-House gekomen was, dan om zijne stervende moeder nog eens te zien.

Door die bevestiging zou de beschuldiging van spionneeren vanzelf hebben moeten vervallen, wanneer de beschuldigde niet vooraf veroordeeld was. Dezelfde veroordeeling, door eene persoonlijke wraakoefening uitgelokt en door onrechtvaardige en omgekochte rechters uitgesproken, had dan ook twee onschuldigen getroffen.

Intusschen poogde de menigte zich op de veroordeelden te werpen. Het detachement militie-troepen slaagde er niet dan met de grootste moeite in, om zich met de gevangenen een doortocht over het plein van Court-Justice te banen.

Plotseling gebeurde er eene buitengewone beweging.

Miss Alice Stannard had het cordon militie-troepen doorbroken en zich op master James Burbank en Gilbert gestort.

Onwillekeurig deinsde het gepeupel achteruit, verrast door de onverwachte tusschenkomst van dat jonge meisje.

?Gilbert!" kreet de dochter van master Stannard.

?Alice!" antwoordde Gilbert Burbank.

?Gilbert!... Gilbert!" herhaalde het jonge meisje en viel in de armen van den jeugdigen officier.

?Alice... wat doet gij hier?" vroeg master James Burbank.

?Ik wil genade voor u vragen!"...

?Genade voor ons?"...

?Ik wil uwe rechters smeeken!... O, genade!... Genade voor die twee mannen!..."

De kreten van het ongelukkige jonge meisje waren hartverscheurend. Zij klemde zich aan de kleedingstukken der veroordeelden, die een oogenblik halt hadden moeten maken, vast.

Kon zij eenig medelijden verwachten van die losgelaten en opgewonden menigte, die haar omringde? Neen, zeker niet. Maar hare tusschenkomst had toch het gevolg, eenige afleiding te bezorgen aan dat gepeupel, hetwelk op het punt stond tot de ergerlijkste gewelddadigheden jegens de gevangenen over te gaan, in weerwil van de militie-troepen, die hen moesten beschermen.

Texar, die middelerwijl op de hoogte gehouden was van hetgeen voorviel, verscheen juist in dit oogenblik op den drempel van de groote deur van Court-Justice. Een gebaar van hem was voldoende, om het gepeupel in toom te houden... Hij herhaalde het bevel, om James Burbank en zijn zoon Gilbert naar de gevangenis terug te voeren. Dat bevel, met luider stem uitgesproken, werd door iedereen gehoord en ge?erbiedigd.

Het detachement stelde zich andermaal in beweging.

Miss Alice wierp zich aan de voeten van Texar.

?Genade!... Genade!"... kreet zij handenwringend. ?Genade! heer... Genade!"

De Spanjaard antwoordde slechts met een afwijzend gebaar en wilde verder treden.

Het jonge meisje sprong toen op. ?Ellendeling!" kreet zij.

Zij wilde zich toen bij de veroordeelden vervoegen, met den wensch hen in hunne gevangenis te mogen volgen, om de laatste uren, die zij nog te leven hadden, met hen door te brengen.

Helaas, zij waren reeds verdwenen en van het plein weggevoerd, terwijl de menigte hen met haar kreten vergezelde.

Dat was meer dan miss Alice Stannard verdragen kon. Hare krachten begaven haar. Zij wankelde en zou gevallen zijn, wanneer master Harvey haar niet in zijne armen opgevangen had. Zij was buiten kennis en had geheel en al het bewustzijn verloren.

Het jonge meisje kwam eerst bij, toen zij in de woning van master Harvey gebracht was en zij zich bij haren vader bevond.

Toen zij de oogen opsloeg prevelde zij:

?Naar de gevangenis... naar de gevangenis!... Beiden moeten ontsnappen!"...

?Ja," antwoordde master Walter Stannard.

?Inderdaad!" beaamde master Harvey.

?Er blijft niets anders over te beproeven," hernam de eerste.

?Wij moeten evenwel den nacht afwachten, om te kunnen handelen," zei de andere.

Inderdaad zoolang het licht was, viel er niets te doen. Wanneer de duisternis hen evenwel veroorlooven zoude met meer veiligheid te werk te gaan, zonder gevaar te loopen betrapt of overvallen te worden, dan zouden master Walter Stannard en master Harvey pogen, om de ontsnapping van de beide gevangenen mogelijk te maken, door de bemiddeling en medewerking van hunnen bewaker in te roepen. Zij zouden dan eene zoo aanzienlijke som bij zich steken, dat die man, zooals zij hoopten, aan hunne aanbiedingen geen weerstand zoude kunnen bieden, vooral in de tijdsomstandigheden dat een enkel kanonschot van de flottilje van den commandant Stevens afgevuurd, een einde kon maken aan de macht van den ellendigen Spanjaard.

Maar toen bij het invallen van den nacht de heeren Stannard en Harvey hun plan ten uitvoer wilden brengen, zagen zij zich genoodzaakt daarvan af te zien. De woning werd scherp bewaakt door een peloton militie-troepen, dat in last had, hen het uitgaan te beletten. Het was of alles tegen die ongelukkige familie samenspande.

Het zeil werd geheschen, en onder den druk van een niet al te sterken oostenwind, stak men van den wal af. (Bladz. 39.)

Previous
            
Next
            
Download Book

COPYRIGHT(©) 2022