Genre Ranking
Get the APP HOT

Chapter 9 No.9

De ijsjonkvrouw.

De lente had haar sappige, groene guirlandes van walnote- en kastanjeboomen ontplooid; zwellend slingerden zij zich van de brug bij Saint-Maurice tot aan den oever van het meer van Genève langs de Rh?ne, die met een geweldige vaart voortstroomt van haar bron onder den groenen gletscher, het ijspaleis, waarin de ijsjonkvrouw woont, en vanwaar zij zich door den scherpen wind laat opstuwen tot op het hoogste sneeuwveld, om daar te rusten op haar sneeuwzetel; daar zat zij en staarde met een doordringenden blik in de diepste dalen neer, waar de menschen ijverig in beweging waren, evenals mieren op de steenen, die de zon beschijnt.

?Geesteskrachten, zooals de kinderen der zon u noemen!? zei de ijsjonkvrouw. ?Wormen zijt gij! Een rollende sneeuwbal,-en gij, uw huizen en uw steden zijn verpletterd en verdwenen!? Hooger verhief zij haar trotsch hoofd en keek wijd en zijd met oogen, die van dood en verderf straalden. Maar uit het dal deed zich een rollen hooren, rotsen liet men springen: dit was menschenwerk! Wegen en tunnels voor spoorwegen werden er aangelegd.

?Zij wroeten als mollen in den grond,? zeide zij; ?zij graven gangen onder de aarde, van daar dat geknal als van geweerschoten. Als ik mijn kasteelen verzet, dan druischt het sterker dan het geratel van den donder!?

Uit het dal steeg een dikke rook op, die zich voorwaarts bewoog als een fladderende sluier, een wuivende pluim der locomotief, die op den nog pas geopenden spoorweg zijn stoet voorttrok, deze kronkelende slang, wier ledematen wagens aan wagens zijn. Pijlsnel vloog zij voorwaarts.

?Zij beschouwen zich daar beneden als heeren, die geesteskrachten!? zei de ijsjonkvrouw. ?De macht der natuurkrachten is toch grooter dan de hunne!? Zij lachte, en het dreunde in het dal.

?Daar rolt een lawine naar beneden!? zeiden de menschen.

Maar de kinderen der zon zongen nog luider van de menschengedachte, die de zee aan banden legt, bergen verzet, dalen effent; de menschengedachte, die de beheerscheres der natuurkrachten is. Omstreeks dezen tijd trok over het sneeuwveld, waar de ijsjonkvrouw zat, een gezelschap van reizigers; de menschen hadden zich met touwen aan elkaar vastgebonden, opdat zij als 't ware een grooter lichaam zouden vormen op de gladde ijsvlakte aan den rand van den diepen afgrond.

?Wormen!? zei de ijsmaagd. ?Gij, de beheerschers der natuurkrachten!? En zij wendde den blik van het gezelschap af en keek gramstorig in het diepe dal, waar de spoortrein voortbruiste.

?Daar zitten zij, de gedachten! Zij zitten in de macht der natuurkrachten! Ik zie ze, elk en een ieder!-de een zit trotsch als een koning alleen! Ginds zitten zij op een hoop! Daar slaapt de eene helft! En als de stoomdraak stilhoudt, dan stappen zij er uit en gaan allen huns weegs! Deze gedachten verspreiden zich in de wereld!? En zij lachte.

?Daar rolt weer een lawine!? zei men beneden in het dal.

?Ons bereikt zij niet!? zeiden er twee, die op den rug van den stoomdraak zaten; ?twee harten en één slag,? zooals het heet. Het waren Rudy en Babette; ook de molenaar was er bij.

?Als bagage!? zei hij. ?Ik ben er bij als het noodige aanhangsel!?

?Daar zitten die twee!? zei de ijsjonkvrouw. ?Vele gemzen heb ik verpletterd, millioenen Alpenrozen heb ik geknakt en gebroken, zelfs de wortels spaarde ik niet! Ik wisch ze uit, die gedachten, die geesteskrachten!? En zij lachte.

?Daar rolt weer een lawine!? zei men beneden in het dal.

Previous
            
Next
            
Download Book

COPYRIGHT(©) 2022