Ik denk aan den jongen Caddles altijd terug zooals men hem op den Nieuwen Kentschen weg zag, met de warme stralen der ondergaande zon op zijn verbaasd gezicht. De weg was overvol van omnibussen, trams, wagens, karren, trolleys, fietsers, auto's en een menigte-in-verbazing-straatslijpers, vrouwen, kindermeisjes, winkelende vrouwen, kinderen, vermete