Een paar weken volgden nu van doffe melancolie, draaglijk overdag in de werkuren, die soms een stil, klein-menschelijke verheuging gaven door 't opschieten en 't slagen, pijnlijk in de avonden, de schril-schaduwende, schijn-lichte leegheden aan 't einde van den dag. Daarom werd maar veel gewerkt, 's avonds ook, of naar de comedie gegaan of naar een