Uitgegeven door Lepsius, Denkmaler, III, 68. Vertaald door Breasted, Ancient Records, II, 810-815.
Het opschrift is gebeiteld op een rond-toeloopende stèle van rood graniet, van viertien voet hoog, die staat in den kleinen tempel, die ligt tusschen de voorpooten van de Groote Sphinx.
De tempel werd in 1817 uitgegraven door Kapitein Caviglia.