Van visch-gelijkend Paumanok uit, waar ik geboren ben,
Wel gewonnen en opgevoed door een treffelijke moeder,
Na in vele landen te hebben gedoold, vriend van menschen-drukke
straten,
Toever in Mannahatta[1], mijn stad, of op de Zuider-savanna's,
Dan als soldaat in 't kamp, of dragend geweer en ransel,
straks mijngraver in Californi?,
Boersch in mijn huis in Dakota's wouden, sober mijn maal
met een dronk bronwater.
Nu ingetogen tot aanschouwing en bepeinzing in stille eenzaamheid,
Ver van de plaats waar het voetstapgeschuifel der menigte
druischt, gelukkig en dankbaar,
Bewust van den frisschen, vrijen gids, den stroomenden
Missouri, bewust van de machtige Niagara,
Bewust van de buffelskudden, grazende op de vlakten, den
harigen, sterkborstigen stier,
Door aarde en rotsen en bloemen der vijfde maand ervaren,
door sterren, regen en sneeuw getroffen,
Na des lachvogels lied en des bergvalks vlucht te hebben
bestudeerd,
Na in den ochtendstond het lied te hebben gehoord van den
weêrgalooze, den eenzamen lijster der moeras-ceders,
Eenzaam als hij, in het Westerland zingend, neem 'k mijn
vlucht voor nieuw een wereld.
[1] New-York.
Victorie, Unie, Geloof, twee-een zijn, tijd,
De onverbrekelijke tezaam-gevoegden, schatten, mysterie,
Beschaving als natuurwet, de kosmos, en de nieuwe arbeid.
Aldus het leven,
Hier is wat op kwam na zooveel wee?n en krampen.
Hoe wonderlijk en tevens: hoe re?el!
De goddelijke aarde onder onze voeten, boven ons hoofd
de zon.
Zie den aardkloot wentelen,
De vader-continenten bijeengegroept ter zij,
De continenten van heden en toekomst, Noord en Zuid, en de
landengte daar tusschen.
Zie, onafzienbre ongebaande landen,
En steeds gewijzigd, als in een droom gezien, woelt daar het
leven,
Ontelbre menigten trekken over hen voort.
Nu zijn ze bedekt met een volk, dat de beschaving leidt, dat
kunsten leven doet, dat al wat goed is lief heeft.
Zie, heenvloeiend door de tijden,
En voor mij uit een oneindigheid van menschen die mij
hooren.
Met vasten en gelijken tred gaan zij hun weg, en nimmer
rusten zij,
En altijd volgen anderen, Americanos, een honderdtal millioenen,
De eene generatie doet wat zij vindt te doen en volgt het
voorgeslacht,
Een andere generatie komt en doet wat is te doen en volgt
dan in haar spoor.
Zij gaan en keeren het gelaat eerst zijwaarts, achterwaarts
vervolgens, naar mij luisterend,
De oogen in het gaan op mij gericht.
Americanos! overwinnaars! humaniteitsarmee?n!
Voorwaarts! Nooit rust de eeuw! Libertad! Menigten!
Aan u een reeks van zangen.
Zangen van de prairi?n,
Zangen van den ver weg vloeienden Mississippi, neerwaarts
naar de Mexicaansche zee,
Zangen van Ohio, Indiana, Illinois, lowa, Wisconsin en Minnesota,
Zangen als een stroom uit Kansas' harte vloeiend en voortsnellend
in en naast rivieren,
Uit het hart van Amerika zelf schietend door hare polsen als
vloeiend vuur, dat al doet leven.