Na dat alles eene maand van rust. Eene plotseling neêrgevallen kalmte voor beiden, voor beiden gevuld met een stil, zwaar verdriet. En daarboven de onverschilligheid, de banaliteit van het leven met altijd het zelfde, terugkomende, eentonige, dag aan dag ...
Ook Bertie ademde thans in zulk eene vreemde atmosfeer van kalmte. Zeer verwonderde hij