En ze dacht, in hare groote smart, dat ze zeer slim en knap was geweest en dat ze het goed-o God, te goed!-geraden had, terwijl zij integendeel, zoo argeloos als een kind, onder het onbegrijpelijk magnetisme van zijn blik insluimerde als onder eene hypnoze, en slechts woorden uitte, die hij haar wilde doen uiten.
Zij voelde daar niets van: zij b