Jozefs verveling vermeerderde met den dag. Zij steeg tot in zijn keel. Zijn eetlust zelfs verloor hij bijna. Dat was een geslenter en geslof over de trappen, een even stilstaan in de gang en weer in de binnenkamer en er weer uit, dat niet langer duren kon. Hij kreeg een zekere matheid door zijn leden. Hij dacht aan zijn mijmerijen over huwelijksgel